zaterdag 24 juni 2017

Pek en zwavel


Koos van Zomeren schreef ooit over natuurdocumentaires dat die hem deprimeren, uitgerekend omdat ze tot doel hebben bij de kijker het idee op te wekken dat er nog wat te redden valt van al dat moois. Ook op mij hebben ze het omgekeerde effect. Ik krijg bij natuurfilms vaak het gevoel dat ik naar een historische opname zit te kijken: het Amazonegebied vóór het gekapt werd; de koraalriffen voor ze verdwenen door vervuiling en vernieling; het noordpoolgebied toen daar nog ijsberen te vinden waren. Natuurlijk wind ik me op over het verlies van al dat leven maar het is niet zo dat ik me zorgen maak over de natuur. De natuur overleeft alles wel, ook ons. Nee, ik maak me bij het zien van natuurfilms vooral zorgen over ónze natuur, onze hang naar destructie die zich via die schitterende dieren en planten direct naar onze eigen ondergang laat vertalen. Toch is het opmerkelijk dat uitgerekend natuurfilms me dat gevoel bezorgen en bijvoorbeeld allerlei apocalyptische heilige geschriften níet. Misschien is dat omdat in die geschriften onze ondergang altijd wordt voorgesteld als een straf, iets dat ons van bovenaf is opgelegd. Maar uitgerekend aan de aan ons voorspelde rampen in allerlei heilige geschriften (‘het zal pek en zwavel regenen’, ‘het zal hagelstenen gaan regenen zo groot als kinderhoofdjes’) hoeft helemaal geen god te pas te komen. Wij kunnen uitstekend voor onze eigen ondergang zorgen.

August Tholen

vrijdag 16 juni 2017

Voor eeuwig en altijd


Twee ouderlingen aan de deur. Bij ouderling denk je aan een stoffige, in het zwart geklede vijftigplusser, maar deze twee zijn fris, kinderlijk opgewekt en nog maar nauwelijks de twintig voorbij. Omdat ze Nederlands spreken met een Amerikaanse tongval vraag ik waar ze vandaan komen. De een komt uit New Jersey, de ander uit Utah. Vanwege hun Nederlandse voorouders is ze door het mormoonse hoofdkwartier in Salt Lake City opgedragen om Nederlands te leren en hier zendelingenwerk te gaan doen. Hadden ze daarin dan geen keus? Nee, niet echt, geven ze toe. Het zijn aardige jongens. Ons gesprek krijgt een nogal serieuze wending als ze vragen of ik denk dat er een eeuwige god is. Nog los van de vraag of er een verschil is tussen een gewone god en een eeuwige god; dat woordje eeuwig gebruiken ze met grote regelmaat, valt me op. Het koninkrijk des Heren zal een eeuwigheid duren, het leven ná dit leven is voor eeuwig, en ook de liefde tussen mensen is eeuwigdurend. Zoveel is me wel duidelijk: voor deze gelovigen worden de dingen pas leuk als ze een eeuwigheid duren. ‘In de hemel ben ik voor eeuwig en altijd met mijn familie samen,’ zegt een van de twee opgewekt. Op mijn vraag of hij dan niet denkt na driehonderd, drieduizend of drie miljoen jaar zijn familie flink beu te zijn geworden kijkt hij me niet-begrijpend aan. 
Nee, natuurlijk, ik ken zijn familie niet en misschien zijn het allemaal enorme schattebouten, maar is het mooie van familie niet dat ze op zeker ogenblik weer naar huis gaan?

August Tholen

woensdag 7 juni 2017

Trump en het klimaatakkoord van Parijs


In maart dit jaar verscheen het nieuws dat de Maori's in Nieuw-Zeeland gedaan hebben gekregen dat de rivier Whanganui wordt erkend als levend wezen. De rivier kreeg dezelfde rechten als een mens. Maar liefst 140 jaar onderhandelden de Maori's over de status van de rivier, die een belangrijke spirituele betekenis voor hen heeft. Ze zien de natuur als een schatkist waarvan zij de bewakers zijn. Sinds de wet is aangepast hebben de Maori's de bevoegdheid om namens de rivier op te treden en geschillen aan te kaarten.

Sinds bekend werd dat president Trump het klimaatakkoord van Parijs opzegt moet ik aan die Maori's denken. Het ongerijmde van Trumps besluit wordt alleen overtroffen door de onevenredigheid ervan. Als ik mijn lege wijnflessen in de groenbak of bij het restafval gooi komt me dat op een reprimande te staan van mijn buren. Als ik een sigaret opsteek in een openbare ruimte kan de politie worden gebeld. Als ik de uitlaat van mijn wagen niet laat repareren krijg ik een milieuboete en als ik een container met chemicaliën in de natuur dump riskeer ik gevangenisstraf. Maar de president van de Verenigde Staten, nota bene het land dat veruit de meeste CO2 uitstoot, kan in zijn eentje besluiten door te gaan met de hele wereld op te warmen. Ongestraft.

Je vraagt je af: wie zijn de Maori's van de wereld? Als een rivier rechten kan krijgen waarom dan de wereld niet? Als een rivier wettelijk erkend kan worden als levend wezen waarom dan de aarde zelf niet? Zijn er geen Maori's te vinden voor wie de hele wereld 'een belangrijke spirituele betekenis' heeft, mensen die 'de natuur als een schatkist zien waarvan zij de bewakers zijn'? Zijn er geen mensen die de bevoegdheid hebben om namens de wereld op te treden en die een rechtszaak aan kunnen spannen tegen president Trump? Bij gebrek aan beter mag zo'n mondiale Maori eventueel ook een gehaaide advocaat zijn. Ik ga er de komende dagen op letten: wie spant een proces aan tegen Trump wegens het moedwillig in gevaar brengen van een levend wezen, de planeet aarde die weliswaar ruim 7 miljard mensen huisvest maar die als het erop aan komt minder rechten heeft dan een mens.

August Tholen

vrijdag 26 mei 2017

Geluk


De Stichting Atlas voor Gemeenten heeft het geluksgevoel in kaart gebracht van de Nederlander. Per gemeente werd het geluk bepaald in percentages. In mijn thuisstad is dat 87%, wat toevallig precies overeenkomt met het landelijk gemiddelde. Geluk blijft natuurlijk een van de lastigste dingen om te meten, niet alleen voor de onderzoeker maar ook voor de onderzochte. Want terwijl de onderzoeker er nog een of ander methodiekje op los kan laten om althans de schijn van wetenschappelijkheid te wekken zijn de ondervraagden aan zichzelf overgeleverd. Die moeten bij zichzelf te rade gaan of en in welke mate ze het geluk deelachtig zijn geworden. Wat voor meetmethoden leggen zij daarbij aan? Grootste probleem daarbij, lijkt me, is dat geluk een symptoom is, geen oorzaak. Verder lijkt geluk me onmeetbaar omdat we niet weten hoe het is opgebouwd, wat de samenstelling ervan is en in welke verhouding het gewenste effect bereikt wordt. Kennen we niet allemaal een sprankje geluk in zelfs de meest ongelukkige tijden? En is het ware geluk ooit compleet zonder een vleugje rampspoed?

August Tholen

dinsdag 16 mei 2017

Overvloed



In een boek dat ik lees is sprake van een uil die ‘peinzend voor zich uit kijkt’. Dat roerloos zitten van uilen heeft ze de reputatie bezorgd van fikse nadenkers, maar dat lijkt me onzin. Uilen zijn geen snars intelligenter dan roodborstjes of boerenzwaluwen. Dat dieren aan enige vorm van contemplatie doen is sowieso hoogst onwaarschijnlijk. De dagelijkse strijd om voedsel en veiligheid slokt al hun beschikbare tijd en energie op. Overleven, zou je ook kunnen zeggen, stompt de geest af, bij mensen zie je hetzelfde verschijnsel. Misschien, bedenk ik me nu, dat daar ook de oorsprong ligt van onze cultuur, van de kunst en de filosofie. Nogal wat dieren - ik denk dan met name aan vogels - investeren ongelooflijk veel moeite en energie in schijnbaar overbodige zaken zoals kleuren of uitbundige patronen. Het dier zegt daarmee: ik kan me overbodigheid permitteren, in zo’n goede conditie ben ik. Overvloed kan dus als lokmiddel worden ingezet. Misschien dat bij mensen ooit diezelfde overvloed tot cultuur heeft geleid, dat we kunst en filosofie en spiritualiteit zijn gaan gebruiken om ermee te zeggen: we hebben tijd in overvloed, tijd om andere dingen te doen dan alleen maar te overleven. 


August Tholen

donderdag 4 mei 2017

Armageddon



Een man spreekt over zijn jeugd die hij doorbracht in een sekte. Zijn ouders voedden hem op met de gedachte van een ophanden zijnd armageddon. Geloof in een einde der tijden-theorie is een extreme vorm van complotdenken. 
Aansluitend hoor ik een oorlogsveteraan van 94 spreken over de noodzaak tot herdenken. Vooral jongeren, zegt hij, zouden herdenkingbegraafplaatsen moeten bezoeken, om te begrijpen hoe hun vrijheid betaald is in mensenlevens. Bij herdenkingbegraafplaatsen denk ik altijd aan Margraten. Een oom van me onderhield daar het terrein van de Amerikaanse oorlogsbegraafplaats. Duizenden witte kruisen, zo keurig in rijen geordend dat je haast zou vergeten dat er mensen begraven liggen.
Wanneer er over oorlog gesproken wordt zie ik geen lange rijen graven waar individuen liggen begraven, ik zie de oorlogen zelf in lange rijen opgesteld op een oneindig veld met kruisen tot voorbij de horizon, kruisen die elk een oorlog of conflict uit de menselijke geschiedenis vertegenwoordigen. 
Tot nu toe ben ik er altijd van overtuigd geweest dat onze soort zowel in staat is zijn eigen ondergang te bewerkstelligen als te voorkomen. Maar er is natuurlijk een tipping point, een moment waarop we de zaken zelf niet meer in de hand hebben. Het grootste gevaar van de toekomst voor onze soort is dat onze psychologische progressie geen gelijke tred zal houden met onze technologische progressie. Dat we uitvindingen zullen doen die we niet kunnen beheersen, of dat we onszélf niet zullen kunnen beheersen met de uitvindingen die we doen. 

August Tholen

zondag 26 maart 2017

Schilderijendiefstal Van Goghmuseum

                                                     Illustratie: Cyprian Coscielniak

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad en nrc.next van 25 maart 2017

Dinsdagavond mocht Octave 'Okkie' Durham bij DWDD en Pauw uitleggen hoe hij te werk is gegaan bij de diefstal van twee schilderijen uit het Van Goghmuseum in 2002. Tijdens die interviews werd hem volop de gelegenheid geboden zichzelf te profileren als snaakse jongen van de straat én en passant het vals-romantische beeld te bevestigen dat velen hebben van kunstroof en -rovers. In de interviews zegt Octave Durham dat hij zich verbaasd heeft over de ophef die over de schilderijendiefstal ontstond en over de waarde die de werken bleek te vertegenwoordigen onder liefhebbers. Een leugen natuurlijk, de dingen waar een dief zijn oog op laat vallen zijn per definitie dingen die waarde vertegenwoordigen voor anderen. Ook laat Durham zich tijdens het interview kennen als een parmantige opschepper, een ordinaire kwartjesvinder en anti-spijtoptant die zich vol trots onder de Champions League-spelers schaart van het dievengilde, ook al werd hij meerdere malen opgepakt en bracht hij 4,5 jaar in de gevangenis door vanwege de Van Gogh-kraak. Van kunst weet hij niets. Het schilderij De Aardappeleters - waar hij eigenlijk zijn zinnen op had gezet (maar dat te groot bleek om mee te ontsnappen) - noemde hij 'De Aardappeltelers'. Het is veilig aan te nemen dat hij van de maker, Vincent van Gogh, ook niets weet. Iemand zou hem misschien moeten vertellen dat Van Gogh zijn leven lang in grote armoede leefde maar desondanks nooit tot diefstal verviel. Dat Van Gogh, terwijl hij zelf niets bezat, berooide mensen ging helpen in de mijnstreek van de Borinage. Dat hij bij leven slechts één schilderij verkocht maar desondanks door menigeen wordt benijd om zijn rijkdom. Die rijkdom zat hem in zijn talent om de schittering van de schepping te zien in een bos irissen of wat wuivende cypressen langs een tarweveld, het vermogen om pracht en glorie te zien in het onaanzienlijke; een paar afgedragen schoenen of uitgedroogde zonnebloemen. Van Goghs fortuin zat hem in de gave om zich over een sterrennacht boven een caféterras te kunnen verwonderen, over bloeiende amandeltakken of vlinders in het gras. Dat, zou je kunnen zeggen, is het verschil tussen Vincent Van Gogh en Octave 'Okkie' Durham: Van Gogh was straatarm maar beschikte over schatten in zijn hoofd, terwijl voor deze Durham geldt: hoeveel hij ook bij elkaar zal stelen, hij zal altijd straatarm blijven.

August Tholen